Het jaar is 1890

Scroll om
het verhaal van
Vicus te ontdekken.

In de lucht hangt de zomerse geur van purperen heide.

Terwijl lange grashalmen kreunen onder lichte ochtenddauw, stijgt boven de Molse zandgroeves een oranje zon traag boven de horizon.





Schepen met wit zand glijden traag de kanaalkom van Kwaadmechelen binnen. Aan de kade wacht Ludovicus, te midden van andere mannen met lege karren.

Ze staan bekend als de zandmannen; de mannen die het zand van Kwaadmechelen tot Diest brengen.

Wit zand, afkomstig uit de Molse zandgroeves, was een belangrijk onderdeel van de Kempische cultuur.

Tijdens kermissen en processies werd het door de vrouw des huizes gebruikt om ‘de schoon kamer’ op te fleuren met patronen en krullen.

En alles volledig in zand.

Zand, zand! Schone witte zand.
Vijftien cent voor een mand!

Op de Diestse markt verkoopt het zand als zoete broodjes. Voor 15 centiemen per mand kunnen de zandmannen snel weer huiswaarts keren.

Maar, dat is buiten Ludovicus gerekend. Heel vaak vult hij zijn lege kar met allerlei koopwaar van de Diestse marktkramers.

En héél af en toe zijn daar ook enkele tonnen Diesters bier bij…

Op weg naar huis kan Ludovicus niet aan het Diesters bier weerstaan. Met een strootje durft hij dan al eens van het gouden vocht proeven. Van het één komt het ander. Met enkele kompanen begint hij zelf met bier te experimenteren.

Vicus.

Een Kempens bier dat teruggrijpt naar het rijke verleden van onze streek.

Op basis van het recept van Ludovicus kan u nu genieten van een glas Vicus tripel.

TOON ME WAAR IK VICUS KAN PROEVEN